Boulez Festival - Répons & Dérive 2

Agenda Projectenlijst Project list Projectenarchief Project archive

Répons (1980 -1984)

Onder de Franse president Georges Pompidou werd in hartje Parijs op aanbeveling van Boulez een groot ondergronds complex gebouwd, waarin componisten en technici samen konden werken aan nieuwe muziek. Dit werd het IRCAM, Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique, geopend in 1977. Het was dankzij dit instituut, met de nieuwe techniek en bekwame musici die dankzij de gulle staatsuitgaven rijkelijk voorhanden waren, dat Boulez het werk kon creëren dat misschien wel zijn magnum opus mag worden genoemd; Répons.

 

Répons valt direct op door de ruimtelijkheid. Op het podium zit het ensemble, bestaande uit 2 fluiten, 2 hobo’s, 2 klarinetten, een basklarinet, 2 fagotten, 2 hoorns, 2 trompetten, 2 trombones, een tuba, 3 violen, 2 altviolen, 2 celli en een contrabas, evenals de dirigent en geluidstechnici. Aan de randen van de zaal staan de zes solisten; piano 1, harp, piano 2/synthesizer, vibrafoon, xylofoon/glockenspiel en cimbalom – en zes luidsprekers. Tussen solisten en ensemble zit het publiek.

 

De ruimtelijkheid van klank gaat hand in hand met een theatraal aspect van de muziek. Zeer ervaren in de opera alsook in orkestrale werken met onzichtbare bühneorkesten, kende Boulez het effect van de wisselwerking tussen auditieve ruimtelijkheid en het visuele aspect. In Répons vraagt hij om schijnwerpers die kunnen worden verlicht en gedoofd om aandacht op actieve musici te vestigen en van de inactieve musici weg te halen. Aanvankelijk, gedurende de eerste tien minuten, speelt alleen het ensemble en zitten de solisten in het donker. Aan het einde gebeurt het omgekeerde; het ensemble komt in het donker te zitten en de solisten in de schijnwerpers spelen door. Behalve als theater kan dit werk ook als ritueel worden gezien. Boulez spreekt over het “centrum, zeg maar de plaats waar de ‘priester’ de ‘mis’ celebreert en er is de ‘geloofsgemeenschap’, de zes solisten”. Hoewel er cd-opnames van dit werk bestaan, is het bij uitstek een compositie die, door de ruimtelijkheid en het visuele aspect, pas tot haar recht komt wanneer ze live wordt uitgevoerd. Door de hoge kosten die hieraan verbonden zijn gebeurt dit echter zelden.

 

Het geluid van de solisten wordt gedurende het concert live opgenomen, getransformeerd en teruggespeeld. Dit gaf Boulez de mogelijkheid om onspeelbare klanken te verwezenlijken. Hierbij moet worden gedacht aan combinaties van gelijkzwevende en niet-gelijkzwevende toonscala’s. Arpeggio’s kunnen worden uitgevoerd in een tempo en met een ambitus die ver voorbij het menselijke kunnen ligt, en tevens met een precisie, zeker waar het andere stemmingen betreft, die zonder de elektronica nooit mogelijk was geweest. Tevens voegt de elektronica nog toe aan de ruimtelijkheid, daar de boxen elders staan dan de musici. Een arpeggio dat op een akoestisch instrument begint, verplaatst zich door de ruimte naar waar de speaker het geluid gemodificeerd voortzet.

 

Live transformatie van muziek werd mogelijk gemaakt door Sogitec 4X software, ontwikkeld in IRCAM door Guiseppe di Giugno. Boulez had lang gehamerd op het belang van nieuwe techniek voor compositie en had dit aangevoerd als argument om IRCAM gefinancierd te krijgen. Répons was zijn kans om hier vruchten van te plukken en te bewijzen hoe techniek voor muzikale ontwikkeling kon worden ingezet. Toch was hij zich ook bewust van de valkuilen. Volgens hem was het belangrijk “datgene wat techniek je kan bieden, te absorberen, te verwerken”, maar wel op zo’n manier “dat het geen gebruiken van techniek omwille van de techniek wordt. Het mag nooit als uitvlucht dienen omdat je in feite niks te zeggen hebt.”

 

Het harmonische materiaal vindt haar oorsprong in de noten Es-A-C-B-E-D – of eS-A-C-H-E-Re, de letters van de naam van dirigent en mecenas Paul Sacher, een onvoorstelbaar rijke Zwitser wiens filantropische werk voor moderne muziek van bijzonder grote waarde is geweest. Boulez had deze noten al eerder als harmonisch materiaal gebruikt, namelijk in Messagesquisse, een werk voor zeven celli, opgedragen aan Sachers 70ste verjaardag.

 

De première van Répons was in 1981 in Donaueschingen. Het werk duurde toen nog 17 minuten. Een tweede versie in 1982, Londen, duurde 35 minuten en een derde, Turin 1984, ging door voor maar liefst 45. Het werk, als zoveel composities van Boulez, is onaf, en er is gesuggereerd dat een volle versie anderhalf uur zou moeten duren – een vol concertprogramma. Na de 1984 versie is er echter niet meer aan verder gewerkt en het zal hier mogelijk bij blijven.

 

Dérive 2 (1988-2002-2006)

Het compositorisch materiaal van Répons vond een nieuwe bestemming. Dérive 1, gecomponeerd in 1984, hetzelfde jaar waarin ook de meest definitieve vorm van Répons in première ging, gebruikt het hexachord Es-A-C-B-E-D, dat ook ten grondslag ligt aan Répons. De titel van het werk verraadt al hoe het is ‘afgeleid’ (dérivé) van muzikaal materiaal uit een andere compositie. Boulez houdt ervan de mogelijkheden die toonmateriaal hem biedt ten volle uit te buiten en alle aspecten ervan compositorisch te onderzoeken – een deel van de reden waarom zoveel van zijn composities nog als onaf gelden. Dérive 1 werd echter in rap tempo geschreven, “praktisch een improvisatie” en gold al bij de eerste uitvoering als ‘af’. Gecomponeerd voor fluit, klarinet, vibrafoon, piano, viool en cello, is dit werk ook qua bezetting bescheiden. Kennelijk voelde Boulez dat hij in dit werk van net over vijf minuten al datgene had gezegd wat nodig was.

 

Anders zit het met Dérive 2. Deze compositie, gebaseerd op hetzelfde toonmateriaal als Dérive 1, is een aantal maal herschreven en in het proces fors uitgegroeid van circa vijf minuten in 1988 tot bijna drie kwartier in 2006. Het vraagt om een veel groter instrumentarium dan Dérive 1, bestaande uit althobo, klarinet, fagot, hoorn, vibrafoon, marimba, piano, harp, viool, altviool en cello. De compositie is opgedragen aan de Amerikaanse componist Elliot Carter ter ere van diens 80ste verjaardag. Compositorische invloed kwam echter uit een andere hoek; de Hongaar György Ligeti. Boulez was als dirigent bekend met Ligeti’s muziek en raakte onder de indruk van diens gebruik van parallelle ritmes en van wisselingen in tempi. In de lange ontstaansgeschiedenis van Dérive 2 heeft deze compositie niet alleen materiaal van Répons in zich opgenomen, maar ook materiaal uit andere werken van latere datum. De versie uit 2006 beschouwt Boulez als ‘af’. 

Agenda:

08-12-2015 12/08/2015 - 20:15 - TivoliVredenburg TivoliVredenburg Order tickets Kaarten bestellen
Agenda Projectenlijst Project list Projectenarchief Project archive